Actueel

« Terug naar overzicht

Geef me de 5 geeft antwoord – Help, bloed!

21 december

Als vaste rubriek op onze website beantwoordt Geef me de 5 vragen van ouders en begeleiders van kinderen met autisme. Dit keer geven we antwoord op de vraag:

‘Als mijn zoon van 6 bloedt, wordt hij helemaal panisch. Hij begint dan te huilen en kan bijna niet meer stoppen. Wat kunnen we doen? Op school (reguliere basisschool) valt dit gedrag namelijk ook nogal op en kinderen lachen hem erom uit.’

 

Geef me de 5 gaat terug naar de oorzaak

De reactie van iemand met autisme op bloed en pijn kan verschillende oorzaken hebben. Als je die weet te achterhalen, kun je de aanpak erop afstemmen.

In dit geval lijkt het erop dat dit kind de ernst van de situatie nog niet kan inschatten. Hij heeft geleerd dat ‘bloed’ een slecht teken is. Dat is zijn referentiekader en daar reageert hij op. Het is in zijn hoofd nog zwart-wit: bloed is héél erg. (Oorzaak 1.)

Ook is duidelijk dat dit kind zijn emoties nog niet goed kan reguleren. (Oorzaak 2.) Als hij moet huilen, kan hij niet meer stoppen.

 

In dit geval lijkt de oorzaak tweeledig: zijn referentiekader van de ernst van bloed is onvolledig en hij weet niet hoe hij zijn emoties kan reguleren.

 

Geef me de 5 biedt de aanpak

Je helpt je kind in dit geval door hem te leren inschatten hoe ernstig de situatie is en hoe hij daar vervolgens op kan reageren. Als je hem de WAT (voor oorzaak 1) en de HOE (voor oorzaak 2) geeft, breid je zijn referentiekader uit. Doe dat met feiten. Opmerkingen als ‘Zo erg is het niet’ of ‘Het is raar als je zo hard moet huilen’, vragen om inzicht, daarmee kan je kind niets.

De passende aanpak voor deze combinatie van oorzaken is: je kind duidelijkheid en samenhang geven met behulp van de GROT-techniek: Generaliseer, Relativeer en geef een Oplossende Taak en sleutelzin.

Generaliseer: ‘Iedereen heeft weleens bloed.’

Relativeer: ‘Bloed gaat altijd over.’

Om te weten wat hij vervolgens moet doen én om zijn emoties te kunnen reguleren, moet je kind de ernst van de situatie kunnen inschatten. Dat lukt hem nu nog niet. Door – op een rustig moment – drie keuzemogelijkheden met hem te bespreken (en te tekenen) heeft hij voor de volgende keer een referentiekader hoe hij moet reageren. Elke situatie heeft zijn eigen Oplossende Taak en sleutelzin:

 

  • Bij een druppeltje bloed geef je de sleutelzin ‘O, ik heb bloed. Dat droogt zo op’ en geef je de oplossende taak ‘Veeg het bloed maar weg’.
    Wat emoties betreft kun je hier zeggen: ‘Dit deed maar 1 seconde pijn. Doe je tranen maar weg.’
  • Bij een klein wondje dat even blijft bloeden geef je de sleutelzin: ‘Ik heb bloed met een straaltje. Het valt wel mee.’ De oplossende taak is: ‘Even schoonmaken, pleister erop, klaar.’
    Om je kind te helpen hoe hij zijn emoties moet reguleren, kun je uitleggen: ‘Het doet even pijn. Dat mag je twee keer zeggen. Tranen zijn niet nodig. Over een kwartier is het over.’ Koppel eventueel een cijfer aan het volume waarop hij het mag zeggen.
  • Bij een snee of een (schaaf)wond kan je kind zeggen: ‘Au! Ik heb een snee of een (schaaf)wond.’ De oplossende taak is dan: ‘Ik moet hulp vragen aan mama, papa of de juf/meester.’
    De volwassene in kwestie, moet in eerste instantie altijd geruststellen: ‘Het komt wel goed.’ Ook al is de wond heel groot: als jij rustig blijft, blijft het kind ook rustig. Geef in gradaties aan hoe lang een wond pijn kan doen, hoe lang en hard hij mag huilen en hoe vaak hij daarover iets mag zeggen. ‘Deze wond kan wel x minuten/uren/dagen pijn doen. Je mag x minuten huilen op volume x. Als de wond is verbonden of het bloed is opgedroogd, kunnen je tranen weg. Dan mag je nog x keer zeggen: ‘Het doet nog pijn.’ Dit geeft je kind duidelijkheid en helpt hem om zijn emoties te reguleren.

Gaandeweg zal je kind zijn referentiekaders uitbouwen en zelf een passende reactie bedenken: ‘Och mam, dit is zo weer over, hier heb ik het huilen niet nodig’ of ‘Dit doet zó veel pijn, hier blijf ik denk ik wel 20 minuten last van houden.’

 

Duidelijkheid geven op de feiten met de GROT-techniek is de sleutel.

 

Welke Geef me de 5-technieken hebben we ingezet?

In deze situatie hebben we duidelijkheid geboden op de feiten en samenhang aangebracht met behulp van de GROT-techniek. Ook hebben we de pijn voorspelbaar gemaakt door er een tijd aan te hangen. Voor alle Geef me de 5-technieken geldt dat ze pas werken als ze aansluiten bij jouw exacte situatie en bij jouw kind. De manier waarop jij ze toepast, is de sleutel tot het succes ervan. Wil je dit leren? Volg de cursus van Geef me de 5 en breng jouw vragen in, zodat je Geef me de 5 leert toepassen bij jou thuis, op school en in andere situaties. Kijk voor meer informatie op https://www.geefmede5.nl/cursussen.