Actueel

« Terug naar overzicht

Worden kinderen met autisme geen robots door structuur?

16 mei

Door: Colette de Bruin

 

‘Als je structuur inzet bij kinderen met autisme, worden het dan geen robots?’ vragen ouders ons regelmatig. Ze kennen hun kind met autisme en weten dat het star kan vasthouden aan hoe iets moet gaan. Want dat biedt veiligheid.

Vanuit Geef me de 5 kunnen we volmondig zeggen: ‘Nee, met structuur creëer je geen robots. Sterker nog: structuur bieden is juist de meest effectieve manier om kinderen flexibel te maken. Mits je onderstaande stappen goed uitvoert!’

 

Belangrijk is om je te realiseren dat de informatieverwerking bij kinderen met autisme anders verloopt. Hierdoor ontbreekt er samenhang in alledaagse zaken en ook in de taken van de dag.

Als je niet automatisch de losse taken van een dag als een samenhangend geheel kunt zien, is de wereld één grote chaos. Dit heeft vaak tot gevolg dat kinderen star, tegendraads of angstig worden en overprikkeld raken. Structuur biedt dan een veilige basis voor het kind.

Start met die veilige basis. Van daaruit kun je een kind leren omgaan met uitzonderingen, leert het kind samenhang zien en kan het flexibeler omgaan met gebeurtenissen.

 

Stap 1. Structuur

De visuele structuur (denk aan pictogrammen, tekeningen of een takenlijstje) lijmt als het ware alle losse taken aan elkaar. Zo weet het kind wat hem te doen staat. Nadat hij klaar is met een (deel)taak kijkt hij naar zijn structuur om te zien wat de volgende stap of taak is. Door deze visualisatie voert hij taken steeds in dezelfde volgorde en op dezelfde manier uit, hierdoor slijt de ketting van taken sneller in in zijn brein. Zo wordt bijvoorbeeld aankleden of de tafel afruimen voorspelbaar ritueel en een gewoonte.

Stap 2. Uitzonderingen

Je merkt dat de structuur tot een vaste ketting van taken is gepuzzeld als het kind er niet meer op hoeft te kijken en toch zijn taken blijft uitvoeren. Dat is het moment waarop je kind zelfstandig is geworden in het uitvoeren van de ketting van taken en hij ook uitzonderingen aankan. Dat kan alleen als je benoemt dat het een uitzondering is en het de volgende keer weer volgens de structuur gaat.

Stap 3. Flexibel

Wanneer je ook in je communicatie duidelijk en voorspelbaar bent, zul je zien dat er op een gegeven moment meer uitzonderingen dan regels kunnen plaatsvinden. In de praktijk is de ‘strikte’ structuur overbodig geworden. In het koppie van het kind is de structuur een veilige houvast geworden voor een ketting van taken. Die basis kan hij blijven uitbreiden met uitzonderingen. Zo kan hij zich telkens een nieuwe situatie met nieuwe taken eigen maken.

Net een andere manier van leren maar net zo leerbaar.

 

Een voorbeeld:

Luuk van 5 raakt telkens van slag als er een kindje jarig is op school. Hij weet niet wat hem overkomt en hoe hij moet reageren, ook al heeft hij het al dertig keer meegemaakt. Dat komt doordat er elke keer iets anders is, een ander kind, een andere muts, een ander verjaardagslied.

Zijn juf heeft pictogrammen voor Luuk gemaakt en legt uit: ‘Luuk, elke keer als een kindje jarig is, mag dat kindje een verjaardagsmuts op. Dan mag de jarige altijd op zijn stoel staan en zingen we met zijn allen “Lang zal hij leven”. We eindigen het lied altijd met drie keer “Hieperdepiep, hoera”. Daarna mag de jarige altijd trakteren.

Als er een jarige is die geen muts op wil of niet op de stoel durft te staan, benoemt juf dat als uitzondering: “Vandaag heeft de jarige geen muts op, de volgende keer doen we dat weer wel, zoals altijd.” Sindsdien is Luuk een stuk rustiger bij verjaardagen en zingt hij vrolijk mee.